Artikel 7 Algemene aanduidingsregels
Molenbiotoop
In afwijking van hoofdstuk 2 gelden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone-molenbiotoop' de volgende regels:
-
a. binnen een afstand van 100 m tot het middelpunt van de molen wordt geen bebouwing of beplanting opgericht hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek;
-
b. binnen een afstand van 100 tot 400 m tot het middelpunt van de molen wordt geen bebouwing opgericht met een hoogte die meer bedraagt dan 1/30 van de afstand van het bouwwerk tot het middelpunt van de molen, gerekend vanaf de onderste punt van de verticaal staande wiek.
Het college van burgemeester en wethouders is, gehoord de eigenaar of beheerder van de molen, bevoegd ontheffing te verlenen van het hiervoor in dit artikel bepaalde, teneinde een hogere bouwhoogte toe te staan, met dien verstande dat:
- de belangen van de molen niet onevenredig worden geschaad;
- Gedeputeerde Staten vooraf schriftelijk hebben verklaard dat zij tegen het verlenen van ontheffing geen bezwaar hebben.